Wetenswaardigheden

Wetenswaardigheden

Het Wilhelmus, ons Nederlands volkslied, is een vers dat dateert uit de begintijd van de Tachtigjarige Oorlog. In de eerste alinea wordt gesproken over Willem van Oranje, zijn afkomst (Duitschen bloed) en de koning van Spanje, Filips II (Den Coninck van Hispaengien, Heb ick altijt ghe-eert).

De (Water)Geuzen danken hun naam aan een medewerker van de landvoogdes Margaretha van Parma. De lagere adel bood op 3 april 1566 aan laatstgenoemde een petitie aan waarin men smeekte om de kettervervolging te verzachten. De bewuste medewerker zei bij het voorbijkomen van deze stoet mindere adel "Ce ne sont que des gueux" (het zijn slechts bedelaars). Hierop werd door deze latere verzetstrijders de naam "Geus" als eretitel gevoerd.

De term 'Je maintiendrai' stamt ook uit de Tachtigjarige Oorlog. Na diverse tegenslagen en alweer een uit elkaar vallend leger door geldgebrek bleef Willem van Oranje bij zijn standpunt "ik zal handhaven" en gaf de strijd niet op tegen de Spaanse bezetter. De tekst "Je Maintiendrai" wordt nu nog steeds door de Landmacht gevoerd als wapenspreuk.

Als je iemand tegenwoordig een 'Kenau' noemt is dat vaak niet positief bedoeld. Echter, tijdens het beleg van Haarlem in 1572 door de Spanjaarden werden deze bij hun bestormingen vaak onthaald door kogels, pijlen, pek en kokende olie. De pek en de olie werden bereid door een groep vrouwen onder leiding van de weduwe Kenau Simonsdochter Hasselaer. Als iemand later zei "wat een Kenau" dan was dat bedoeld in de zin van "bazige vrouw".

Het gezegde 'lont ruiken' is ontstaan doordat de musketten die in die tijd gebruikt werden zgn. lontschotmusketten waren. Oftewel, deze musketten konden worden afgevuurd door een brandend stukje lont in de kruitpan te houden. Als er dus een hinderlaag werd gelegd werden, bij een verkeerde windrichting, de posities verraden door de brandende lonten, de vijand "rook dan lont".

Hutspot, dat oeroude Hollandse gerecht is van oorsprong niet uit Nederland afkomstig. Dit gerecht werd door de Spanjaarden gegeten en voor het eerst door ons ontdekt bij de ontzetting van het belegerde Leiden op 3 oktober 1574. Bij hun snelle aftocht lieten de Spanjaarden alles wat niet meer bruikbaar was achter. Zo ook een pot met resten van de hutspot, welke gevonden werd door Cornelis Joppensz. Daarom is het traditionele "3 oktober-gerecht" in Leiden jaarlijks hutspot. Deze wordt overigens op geheel andere wijze bereid want de Spanjaarden gebruikten bijvoorbeeld geen aardappelen (pas in de 18e eeuw in Europa in gebruik genomen) maar veel vlees met kruiden. Ook haring en wittebrood staat op 3 oktober bij veel Leidenaren die dag op het menu. Dit waren de eerste zaken die door de Geuzen werden verdeeld onder de bevolking van het bevrijde Leiden.

De 'plaat poetsen' stamt ook uit de tijd van de 80 Jarige Oorlog. Als een musketier op de vlucht was voor de vijand, dan sleepte hij vaak zijn zware musket achter zich aan. Hierdoor schuurde de ijzeren kolfplaat op de achterkant van het musket over de grond ....oftewel...de plaat werd gepoetst. Men ging er vandoor......

Share by: